Boomkwekerij

B(l)oeiend gewas van de maand


Het boomkwekerij kent een zeer dynamisch sortiment. Jaarlijks worden veel gewassen toegevoegd aan de lange lijst van tienduizenden soorten en cultivars. Op deze site is iedere maand een tak of deel van een plant te zien. Heb je ook iets bijzonders om te laten zien, laat het ons weten.

Mei 2012

Matteuccia struthiopteris - Struisvaren

Matteuccia

  

De struisvaren is een algemene tuinvaren, die te herkennen is aan de twee typen bladeren: een krans lichtgroene vegetatieve bladeren in het voorjaar, en in de zomer vanuit het hart van de plant de slankere sporendragende bladeren. Struisvaren groeit alleen goed in de (half)schaduw, op grond met veel organische stof. Een constante watervoorziening is de meest kritische factor voor de groei. De plant verspreidt zich met wortelstokken, waarmee hij ook te vermeerderen is. De sporen rijpen in de winter, en kiemen goed bij warmte (tot 24 °C) in een vochtige kas of in-vitro.

April 2012
Osmanthus - Schijnhulst

Osmanthus  Osmanthus

Osmanthus zijn heesters, meestal tot 2 m hoog, met wintergroen blad en heerlijk geurende witte bloemetjes in april. O. heterophyllus heeft hulst-achtig getand blad, maar andere Osmanthussoorten hebben minder of kleinere tandjes. Ze groeien in zon en halfschaduw, liefst iets beschut tegen winterwind. Ze zijn prima als haag te snoeien; doe dit na de bloei. Osmanthus wordt vermeerderd met zomerstek, in juli-augustus voor de bladeren volgroeid zijn. Neem topstek, laat de bovenste 4 bladeren staan. Stek verwonden en 1% IBZ poeder gebruiken. In de koude kas bewortelen en vorstvrij overwinteren.

Maart 2012
Ribes sanguineum

  

Deze sierlijke aan de rode bes verwante struik wordt gekweekt om zijn hangende geurende bloemtrosjes in het voorjaar. De vruchtjes zijn niet lekker, maar ook niet giftig. De plant is eenvoudig te verzorgen en te snoeien, maar iets lastiger te stekken dan andere Ribes. Vandaar dat de echte ‘King Edward VII’, die moeilijk stekte, in de praktijk vervangen is door de betere ‘Atrorubens Select’. Neem winterstek van 20 cm van voldoende afgeharde eenjarige twijgen, verwond ze en laat ze 50 mg/l IAZ gedurende 4-24 u opzuigen. Bewortel ze in tunnel of koude kas. Zomerstek kan ook, gebruik wel 1% IBZ poeder.

Februari 2012
Taxodium distichum – Moerascypres

 

Taxodium is een slanke hoge naaldboom met een brede stamvoet. Hij is geschikt als parkboom of laanboom en kan goed tegen luchtvervuiling. Opvallend is dat hij een roodbruine herfstkleur heeft en zijn twijgen met naalden in de winter laat vallen. Hij groeit op normaal vochtige tot zeer natte standplaatsen. Op natte plaatsen maakt hij kniewortels naast de stam om te ademen. De soort wordt gezaaid in maart-april of najaar; gebruik koud gestratificeerd zaad en hou het zaaibed voldoende vochtig. Cultivars worden geënt op zaailing onderstam of gestekt. Stekken is bij veel cultivars lastig. Neem zacht stek aan het eind van de zomer, gebruik 1% IBZ poeder en bewortel ze onder mist.

Januari 2012
Chimonanthus – Meloenboompje

Chimonanthus_struik    Chimonanthus_detail

Chimonanthus is een bladverliezende heester tot 4 m hoog, meestal kleiner. Hij bloeit op het oude hout vanaf januari, met heerlijk geurende lichtgele bloemen, die het ook goed doen op de vaas. Hij staat bij voorkeur beschut tegen de wind in de zon, of als leiplant tegen een zuidmuur. Heeft goed gedraineerde, luchtige grond nodig. Chimonanthus kan met zomerstek worden vermeerderd; gebruik liefst tussenstek van aangetrokken hout. De weinige cultivars kunnen ook geënt worden op zaailingen. De soort is te zaaien, maar zaailingen bloeien vaak pas na meer dan 5 jaar.

December 2011
Lonicera – Winterbloeiende kamperfoelie

Lonicera_winterbloei_struikLonicera_winterbloeier_bloemBehalve klimplanten bevat het geslacht Lonicera ook enkele winterbloeiende heesters, zoals de Chinese soorten L. fragrantissima, L. standishii en de hybride daartussen, L. x purpusii met cultivar ‘Winter Beauty’. Dit zijn vrij open, (half)blad­verliezende heesters tot 2 m hoog, met kleine roomkleurige bloemen tussen november en maart, op het oude hout. Bloemen geuren heerlijk. Vermeerderen met zomerstek, liefst van aangetrokken planten in april-mei. Verwond het stek en gebruik 1% IBZ poeder. Alternatief is winterstekken na de bladval. Bewaar winterstek bij -1 °C en steek het in het voorjaar buiten; diep steken. 

November 2011
Malus (sierappel)

Malus rood      Malus geel

Dit jaar valt op dat sierappelbomen rijk vrucht dragen, waarschijnlijk vanwege het weer. Voor de snij worden bij voorkeur rechte takken met zo om de centimeter een appeltje geleverd. Appeltjes kunnen ook los worden geleverd, al dan niet in was gedoopt of op een stokje gezet. Rode zijn gewilder dan gele. Zorg voor goede gewasbescherming en houd een ruime plantafstand aan tegen ziektes. Kennis van kruisbestuivers en bestuivende insecten is noodzakelijk voor goede vruchtdracht. Houd bij de start van een snijteelt rekening met de lange aanloopperiode voor de bomen goed produceren.

 

Oktober 2011
Kirengeshoma palmata

kirengeshoma palmatakirengeshoma palmata

Deze vaste plant uit de Hydrangeaceae is een wat onbekendere ster uit het schaduwplantensortiment. Hij wordt 0,6 – 1,2 m hoog, heeft mooi, plataanachtig blad en zachtgele hangende klokjesbloemen. Verdraagt 15°C vorst, ’s winters liefst afdekken met stro of blad. Vermeerdering door scheuren of stekken in april/mei. Zaaien kan ook: bij 15°C in het donker. De kieming van het zaad kan wel tot 10 maanden duren! 

 

September 2011
Nandina domestica - hemelse bamboe

Nandina domestica foto PPONandina domestica Foto PPO

Nandina, of hemelse bamboe, is een heester tot 2 m hoog uit de Berberisfamilie. Opvallend is het meervoudig samengestelde blad, dat een prachtige rode herfstkleur krijgt. Er worden ook pluimen met rode besjes gevormd, vooral als er meerdere zaailingen bijeen staan. Compacte, dicht bebladerde cultivars als ‘Fire Power’ zijn behalve als tuinplant ook  zeer geschikt voor verkoop als containerplant voor binnenshuis. De soort wordt gezaaid, waarbij rijp zaad moet worden gebruikt. Cultivars worden vermeerderd met zomerstek. Knip halfhard topstek van moederplanten uit de kas, net boven het bruine, verhoutende deel van de scheut.

Augustus 2011
Campsis - Trompetklimmer


Campsis is een Amerikaans geslacht van klimplanten, die slingeren en zich vastzetten met hechtwortels op de knopen van de stengels. Ze doen tropisch aan, maar C. x tagliabuana en vooral C. radicans zijn winterhard. Het is een van de weinige klimplanten die graag in de volle zon staat. Vermeerderen kan met winterstek of wortelstek, maar zomerstek heeft de voorkeur. Daarvoor wordt verwond lidstek gebruikt, met 1% IBZ poeder. Ook zomerstek bewortelt echter niet gemakkelijk, vandaar dat cultivars ook wel op zaailingen worden geënt. Dit geeft wel opslag. Van zaad komen cultivars niet zuiver terug.

Juli 2011
Ostrya - Hopbeuk

OstryaOstrya detail

De hopbeuk is een nauwe verwant van Carpinus; een verschil is dat Ostrya zijn dorre blad wel laat vallen in de herfst. De sierwaarde komt van de vele "hopbellen". Het is een goede laan- en parkboom, vooral voor droge, warme locaties en voor kalkrijke grond. Vermeerdering gaat net als bij Carpinus: topstek van 10-15 cm lang in juni-juli, of in augustus van het tweede schot; gebruik 0,5-1% IBZ poeder. Het stek komt traag aan de wortel. Vorstvrij overwinteren, maar geef wel voldoende kou voor rustdoorbreking.

Juni 2011
Pterocarya – Vleugelnoot

Vleugelnoot Foto WUR/PPO WUR/PPO

Pterocarya is een geslacht van grote (park)bomen, die Aziatische familieleden zijn van de Walnoot. Ze zijn te herkennen aan hun brede, veeltakkige kroon, geveerde blad en tot 45 cm lange hangende vruchtkatjes. Vermeerderen kan met zomerstek rond begin juni; stek verwonden en 1% IBZ poeder gebruiken; bescherm het stek tegen uitdrogen. Winterstek met een goed ontwikkeld topoog kan in februari gestoken worden. Wortelstek kan gebruikt worden in november-december. Zaaien kan ook; vers zaad meteen voorweken en 3 maanden koud stratificeren. Bescherm zaailingen tegen vorst.

Mei 2011
Nothofagus antarctica – Schijnbeuk

Nothofagus antarcticaNothofagus antarctica
Deze kleine boom uit Zuid-Amerika is gekozen tot dakboom van het jaar 2011, omdat hij met zijn slanke, open habitus zeer geschikt voor groendaken is. De kleine blaadjes geuren bij het uitlopen prettig kruidig, een geur die aan kaneel of wierook doet denken. Het blad heeft een gele herfstkleur. Deze Nothofagus soort kan gezaaid worden, maar wordt gewoonlijk gestekt. Neem daarvoor topstek van opgaande takken, van buitenplanten in juni-juli, en gebruik 1% IBZ poeder. Van Nothofagus zijn prima vormbomen en hagen te kweken, en zelfs bonsaiboompjes. Bescherm jonge exemplaren tegen vorst en zorg voor een continu goede vochtvoorziening.

April 2011
Vinca – Maagdenpalm

Vinca minor ‘Gertrude Jekyll’Vinca minor ‘La Grave’
Van maagdenpalm kennen we de inheemse Vinca minor en de iets minder winterharde Vinca major. Beide zijn kruipende, wintergroene bodembedekkers, met lange stengels die wortelen waar ze de grond raken. Bloeit in april/mei met blauwpaarse, roodpaarse of witte bloemen. Ook bontbladige rassen verkrijgbaar. Ze staan bij voorkeur in (half)schaduw onder bomen of heesters; zeer geschikt voor taluds. Gesloten gewas pas op zijn vroegst in het tweede jaar. Blijft laag, dus beperkte onkruidonderdrukking. Vermeerdering gaat eenvoudig met allerlei typen stengelstek; voor uniforme planten alleen topstek gebruiken. Jaarrond stekproductie mogelijk van moederplanten in kas. De familie (Apocynaceae) bevat veel medicinale inhoudsstoffen.

Maart 2011

Hedera - Klimop

De volwassen vorm van onze bekendste wintergroene klimplant is als vrijstaande heester te kweken en herkenbaar aan het ruitvormige blad. De bessen rijpen pas in maart, en zijn dan geliefd bij vogels. Mooie zwarte bessen hebben vooral ‘Arbori Purple’, ‘Simone’ en ‘Zorgvliet’; H. helix f. poetarum heeft okergele bessen. Stekken kan in juli-september van eenjarige afgerijpte scheuten. Gebruik 1% IBZ stekpoeder. Enten op klimmende Hedera gaat (vooral bij bonte rassen) beter, maar dit geeft vaak wel veel opslag. In het eerste jaar groeien geënte planten harder, maar later halen gestekte planten ze in. Het type stek heeft veel invloed op de groeiwijze van de jonge planten in hun eerste paar jaren: stek van opgaande twijgen geeft meteen opgaande planten (goed voor snijteelt!); stek van horizontaal groeiende takken geeft plattere planten.

Februari 2011

Sciadopitys – Japanse parasolden

Sciadopitys verticillata is de enige soort. Fossiel met een groot verspreidingsgebied, maar tegen­woordig alleen wild in Japan. Het is een slank kegelvormige naaldboom die bij ons 6-12 m hoog wordt. De naalden (anatomisch eigenlijk takjes) worden tot 12 cm lang en staan in kransen als de baleinen van een parasol. Langzame groeier, met een voorkeur voor zure grond en vochtige stand­plaats. Wordt gewoonlijk gezaaid of op een zaailing geënt. Lastig stekbaar wegens harsproductie. Topstek in juli-augustus of februari lukt het best. Zet stek eerst 1-3 dagen op water om het hars kwijt te raken.

januari 2011

Gymnocladus dioica -  Doodsbeenderenboom

In de winter vallen sommige bomen op door hun bijzondere takstructuur. Bij Gymnocladus komt dat doordat de boom geen dunne twijgen heeft; zelfs jonge takken zijn vrij dik. De takken zijn lang zichtbaar, want het dubbel geveerde blad loopt laat uit en en valt met een gele herfstkleur al weer vroeg af. Gymnocladus kan met wortelstek vermeerderd worden of met (geïmporteerd) zaad. Het zaad is hardschalig, en de schaal moet eerst door vijlen, ritsen, behandeling met zwavelzuur of kokend water doorlatend worden gemaakt. Als de zaden na een poosje weken in water zinken, dan is de schaal doorlatend genoeg en zijn ze klaar voor uitzaai.

december 2010

(wintergroene) Elaeagnus - olijfwilg

Het geslacht Elaeagnus omvat zowel bladverliezende als wintergroene heesters en boompjes. De wintergroene soorten, bij ons vooral E. pungens en E. x ebbingei zijn in vele bontbladige varianten verkrijgbaar. Het zijn bekende struiken met geurende bloemetjes in oktober-november voor tuinen en openbaar groen, en de takken worden gesneden. Het is een goed alternatief voor Hulst in kerststukjes, omdat de bladeren niet gestekeld zijn – al hebben de takken wel takdoorns op het oude hout. De soorten worden vermeerderd met zaad, de cultivars met zomerstek of enten. Snij bij voorkeur in mei potlooddik top- of tussenstek van aangetrokken planten in de kas, dat bewortelt sneller dan stek van buiten. Gebruik 1% IBZ poeder. Eenjarige geënte planten groeien sneller dan stekken, maar kunnen opslag geven.

november 2010

Euonymus fortunei - kardinaalsmuts


Deze wintergroene heester wordt verkocht als visueel aantrekkelijke containerplant, voor het vullen van bloembakken en als bodembedekker. Minder bekend is, dat de jeugdvorm ook een zelfhechtende klimplant is. Hij klimt langzaam en groeit dicht, wat hem zeer geschikt maakt om de kale plantvoet van andere klimmers te bedekken. Het kleine blad is in allerlei bonte varianten verkrijgbaar. Volwassen vormen (o.a. ‘Carlesii’, ‘Carrierei’, ‘Emerald Charm’, ‘Vegetus’) maken aantrekkelijke vruchtjes. Vermeerdering met zomerstek kan in het hele groeiseizoen; groeistof is alleen bij hard stek nodig. Wees alert op plagen als spinselmot en vraatschade van volwassen taxuskever aan de bladrand.

oktober 2010

Cercidiphyllum japonicum - Katsuraboom

De naam van deze boom betekent "Blad als Cercis", maar hij zit in een eigen familie: Cercidiphyllaceae. Het is een boom die bij ons 12 - (15) m hoog kan worden, en meestal meerstammig is. Met begeleidingssnoei is er wel een boom met hoofdstam van te kweken. Het blad is eirond, vaak met hartvormige voet en is gaafrandig. Het heeft vaak een rode bladsteel. De bloemetjes en vruchtjes zijn klein en onopvallend. Dit is een van de weinig bomen waarvan het herfstblad niet alleen opvalt door de geel met rode kleur, maar ook doordat het sterk naar gebrande suiker geurt. De soort kan gezaaid worden. Cultivars worden vermeerderd met zacht topstek van 15 cm, genomen van eind mei tot juli. Stek verwonden en behandelen met 1% IBZ, geef liefst bodemwarmte. Houd geworteld stek vorstvrij en bescherm jonge bomen met hun vroeg uitlopende blad tegen nachtvorst. Houd bij toepassing rekening met de voorkeur voor bosgrond en de oppervlakkige beworteling.

september 2010 
Strobilanthes atropurpureus

Deze vrij onbekende vaste plant behoort tot de Acanthaceae en komt onder meer uit Nepal en Bhutan. Veel familieleden zijn tropisch, maar deze soort verdraagt -15 °C, mits de drainage goed is en de plant met mulch wordt afgedekt. De plant wordt tot 1.5 m hoog en 1 m breed, en blijft vrij stevig staan. In augustus-september verschijnen de grote bloeiwijzen vol 4 cm grote dieppaarse buisbloemetjes. De plant staat liefst een beetje beschut in de halfschaduw. Hij kan vermeerderd worden door scheuren in het voorjaar of met zaad. Zaaien in februari bij 18-22 °C, zaad bedekken met grit. Kieming in 2-4 weken. Bloeit vanaf het 2e jaar. Er bestaat ook een cultivar ‘Blue Carpet’, die slechts 20 cm hoog wordt.

 

augustus 2010 
Vitex - monnikenpeper 

Vitex agnus-castusVitex agnus-castus bloem 
Deze struiken of bomen uit de Verbenafamilie komen bijna allemaal voor in de tropen. Maar vooral de soort V. agnus-castus is ook hier voldoende winterhard. De twijgen vriezen vaak wel wat in, wat snoei noodzakelijk maakt. Daardoor wordt hij bij ons meestal niet veel groter dan 1,5-2 m. Deze opgaande struik heeft grijsgroen, aromatisch geurend blad en vanaf augustus grote pluimen paarsblauwe bloemetjes. De vermeerdering gebeurt met zomerstek in de vroege zomer, of met zaad. Geef hem een warme, beschutte standplaats op niet te vruchtbare, normale tot droge, goed drainerende grond. De plant wordt in het Nederlands Monnikenpeper genoemd, omdat hij vroeger in kloosters werd gekweekt vanwege de kuisheidsbevorderende werking van de inhoudsstoffen.

juli 2010 
Helenium - zonnekruid


Helenium is bij ons het meest bekend als vaste plant, hoewel er in hun oorsprongsgebied Amerika ook een- en tweejarige soorten voorkomen. Ze worden gebruikt als tuinplant en de gele cultivar ‘Kanaria’ wordt ook veel voor de snij geteeld. Helenium autumnale en hybride cultivars zijn zeer waardevol in een vruchtwisseling, omdat ze wortellesieaaltjes bestrijden. Andere Heleniumsoorten, zoals H. hoopesii doen dit niet. Helenium groeit bij voorkeur op vochtige grond met veel organische stof. Als tuinplant zijn ook de cultivars met gele bloemen met bruin hart interessant, zoals ‘Wesergold’ en ‘Zimbelstern’, de rood-met-gele rassen ‘Biedermeier’ en ‘Goldlackzwerg’ en de rode ‘Rubinzwerg’. Rode rassen zijn iets lastiger te telen dan de gele, onder meer vanwege een hogere uitval tijdens de bewaring in de winter.

juni 2010
Wintergroene Ceanothus

In Nederland zijn de bladverliezende herfstbloeiende Ceanothus bekender dan hun wintergroene voorjaarsbloeiende familieleden. De wintergroene soorten komen meestal uit de kuststreek van Californië. Ze hebben klein, leerachtig blad en hemelsblauwe, soms witte, bloemetjes. Ceanothus is aangepast aan droogte, en vereist steeds uitstekende drainage. In de teelt werkt zuinig afgepaste overhead beregening veel beter dan een eb-vloed systeem. Bescherm jonge planten tegen vorst, en vooral tegen teveel nattigheid. Maak na de bloei stek van licht verhoute zijscheutjes, verwond ze en gebruik 0,5 % IBA poeder. Stek in pot of stekplaat wegens kwetsbare wortels. Goede cultivars voor Nederland zijn: C. ‘Blue Diamond’, C. ‘Puget Blue’, C. ‘Skylark’ (ook ‘Victoria’ genoemd) en C. thyrsiflorus ‘Repens’.

mei 2010
Wisteria - Blauwe regen

 
Wisteria is een krachtig groeiende slingerplant uit de vlinderbloemenfamilie. Hij heeft samengesteld blad en trossen van witte, roze of blauwpaarse bloemen, die tot 60 cm lang kunnen worden. De bekendste twee soorten zijn gemakkelijk te onderscheiden: W. floribunda slingert met de klok mee, W. japonica tegen de klok in. Wisteria zaaien kan, maar levert onbetrouwbaar bloeiende planten op. Beter is om te stekken van aangetrokken moederplanten in het voorjaar. Neem tussenstek, gebruik 1 % IBA en wees alert op spint. Wisteriaplanten kunnen tot klein vrijstaand boompje worden opgekweekt. Deze kunnen eventueel bij 10 °C in de kas worden aangetrokken als visueel aantrekkelijk voorjaarsproduct. Hou bij het gebruik van Wisteria als klimplant rekening met de grote groeikracht en monteer alleen klimsteunen van stevige materialen, met een diameter kleiner dan 8 cm. Als de klimsteun voor een wand staat, hou dan 15 cm afstand van de wand.  

april 2010
Aronia - appelbes

Aronia is een Amerikaans heestergeslacht uit de rozenfamilie. Het zijn struiken tot circa 3 m hoog, die echter door snoei ook goed lager te houden zijn, wat ze geschikt maakt als haag. Ze hebben groen blad en een felrode herfstkleur, witte bloesem in april en purperzwarte, soms rode bessen. De bessen zijn eetbaar, en vooral die van A.x prunifolia worden industrieel tot jam en sap verwerkt. Aronia is als een van de weinige Rosaceae niet gevoelig voor bacterievuur. De rassen zijn eenvoudig te vermeerderen met zomerstek. Enten op Sorbus onderstammen levert aantrekkelijke kleine boompjes op, die bovendien geen ondergrondse uitlopers maken, wat de planten op eigen wortel wel doen. Naast verkoop aan particulieren voor de (moes)tuin worden ze ook aan kleinfruittelers verkocht. Op de openbaargroenmarkt zijn groeimogelijkheden, met name voor toepassing als heestervak op periodiek drassige plaatsen.  

maart 2010
Mahonia aquifolium

Mahonia is een wintergroene heester uit de Berberis-familie, die te herkennen is aan het hulst-achtige blad. Ze bloeien in maart-april met heerlijk geurende trossen gele bloemetjes. M. aquifolium en de hybriden daarmee zijn over het algemeen gezond, sterk en goed winterhard. De Repens groep van hybriden bestaat uit lage planten, die bij uitstek geschikt zijn voor onkruidonderdrukkende vakbeplanting. Mahonia wordt met zomerstek vermeerderd, maar de slagingspercentages zijn vaak maar 40-80%. De teelt gebeurt meestal in de vollegrond. Planten kunnen wel in het najaar worden opgepot en na overwintering in een koude kas het volgende voorjaar worden afgeleverd in pot.

februari 2010
Cryptomeria japonica

 

Deze Japanse soort is de enige in dit naaldbomengeslacht. Het worden kegelvormige bomen tot wel 20 m hoog. Juveniele takken hebben warrig uitstaande naaldjes, bij volwassen takken liggen de naaldjes schoenveterachtig plat tegen de tak aan, en die krijgen mannelijke en vrouwelijke kegeltjes. Het is één van de weinige coniferen waarvan ook oude exemplaren nog met stek te vermeerderen zijn. Neem tussen september en maart topstekken van circa 10 cm; snij waar de twijg begint te verhouten. Gebruik opgelost bewortelingshormoon en geef 16 °C bodemwarmte. Bij sommige cultivars blijft het slagings­percentage laag; die worden ook wel geënt. Er zijn cultivars in dwergvormen, met gele of bronzen twijgtoppen, eeuwige jeugdvormen (‘Elegans’) en bomen met bandvorming (‘Cristata’). Cryptomeria houdt van een vochtige standplaats. Het stuifmeel kan hooikoorts veroorzaken; raadt klanten die daar last van hebben ‘Elegans’ aan, want die bloeit nauwelijks. 

januari 2010
Corylus avellana ‘Contorta’ - kronkelhazelaar


De kronkelhazelaar is een heester met een erg opvallend wintersilhouet door de gedraaide takken. Hij wordt als tuinheester gebruikt, maar ook als snijtak, zowel voor Kerstmis als voor Pasen. Een aandachtspunt bij snijtakken is het lastige verpakken, omdat ze sterk in elkaar haken. De struiken groeien het best als ze geënt zijn op gewone C. avellana, maar dat veroorzaakt wel veel rechte opslag van de onderstam. Door te enten op C. colurna ontstaat veel minder opslag. De kronkelhazelaar kan ook gestekt worden, en geeft dan geen opslag. Neem daarvoor zomerstek, liefst van aangetrokken hout.

 

december 2009 
Myrica gale - Gagel

Gagel is een heester die in Nederland ook in het wild groeit, op natte plekken met zure grond, zoals bij heidevennetjes. De struik wordt 0,6 tot 1,5 m hoog, en groeit met korte ondergrondse uitlopers steeds breder en voller uit, maar in een rustig tempo. In de zomer heeft de plant blaadjes van 2,5 tot 6 cm lang, die heerlijk harsachtig geuren. In het vroege voorjaar komen er kleine, eveneens geurende, katjes aan de kale takken. In dat stadium worden vooral de takken met mannelijke katjes wel als snijtak voor in winterboeketten gebruikt. Zet de plant op een zonnige of licht beschaduwde plek.

november 2009
Celastrus orbiculatus (boomwurger)

Celastrus is een slingerplant die verwant is aan Euonymus, en wel 15 m hoog kan klimmen. De klimsteun mag maximaal 7 cm in doorsnee zijn, en moet behoorlijk stevig zijn. Door diktegroei kan een Celastrus bijvoorbeeld een plastic regenpijp op den duur kapotknijpen. Een metalen hek of dode boom is beter geschikt. De vrouwelijke planten dragen - als er een bestuiverplant in de buurt is - opvallende rode vruchtjes met een afstaande oranje schil. Neem bijvoorbeeld ‘Hercules’ als bestuiver voor ‘Diana’. Van beide geslachten heeft het blad een prachtige gele herfstkleur. De plant groeit in volle zon of halfschaduw, en stelt weinig eisen aan de grondsoort.
  

oktober 2009
Fuchsia magellanica

De meeste mensen kennen Fuchsia als een potplant die 's winters naar binnen moet, maar er bestaan ook winterharde soorten. Fuchsia magellanica hoort daarbij, die verdraagt -18 °C. Het is een dichte heester die tot 3 m hoog kan worden, maar bij ons zie je meestal F.m. var. gracilis, die tot 1,5 m hoog wordt. Die heeft slanke, felroze met paarse bloemetjes, en bloeit van eind juni tot oktober. Vooral in september is de rijke bloei zeer opvallend. De struik kan goed tegen snoei, zelfs tegen laag bij de grond afknippen, en bloeit vervolgens op het jonge hout. Hij is dan ook prima als bloeiende haag te gebruiken. Zet ze op goed drainerende grond, en niet in de schaduw. 

 

september 2009
Sedum telephium - Hemelsleutel

Bij deze groep vaste planten horen de Sedumsoorten van circa 60 cm hoog, zoals S. telephium en S. spectabile, en de vele hybriden die hiermee gemaakt zijn. De groen-roze ‘Herbstfreude’ is overbekend, maar er zijn ook hardroze (‘Brilliant’), witte (‘Iceberg’), witbonte (‘Frosty Morn’) en roodbladige als ‘Matrona’, ‘Purple Emperor’ of ‘Postman’s Pride’. Dit zijn uitstekende planten voor zonnige, droge plaatsen in tuinen en openbaar groen. Door ze weinig voeding te geven en/of in mei terug te knippen zullen ze compact en stevig groeien. Het zijn uitstekende insectenlokkers, ze vergen weinig onderhoud en hebben ook een mooie winterhabitus.

augustus 2009 
Buddleja

Buddleja davidii, de vlinderstruik, is een zeer bekende zomerbloeier. De hybride B.x weyeriana met gele bloemen is iets minder bekend en iets minder winterhard. Buddleja bloeit op het jonge hout, en minimaal eens per twee jaar stevig terugsnoeien in april zorgt ervoor dat plekjes met winterschade niet gaan schimmelen. Snoei is niet nadelig voor de bloei, en zorgt ervoor dat de plant beter in kleine tuinen past. Om veel vlinders te lokken is het goed om vroeg- en laatbloeiende rassen te combineren. Vlinders geven de voorkeur aan de pastelkleurige roze en lichtpaarse rassen, vooral als die op een zonnige standplaats met weinig wind staan.

juli  2009 
Agastache


Agastache is een vaste plant uit de lipbloemenfamilie, met een opgaande groeiwijze tot circa 80 cm hoog. De bekende soorten A. foeniculum en A. rugosa bloeien blauw (soms wit). Minder winterharde soorten als A. cana bloeien fel roze. Aan de anijsgeur van het blad heeft Agastache zijn Nederlandse naam Dropplant te danken, en ook zijn gebruik als kruidenthee. Agastache is een uitstekend blauwbloeiend alternatief voor toepassingen waar planten als Delphinium of Ranunculus vanwege hun giftigheid ongewenst zijn. Agastache groeit op elke goed gedraineerde grond, maar moet in Nederland wel beschut staan om de winter goed door te komen. Agastache zaait zich vaak uit; gebruik waar dat ongewenst is de steriele 'Blue Fortune'.

juni 2009 
Amsonia

Amsonia is in Nederland nog een vrij onbekende polvormige vaste plant. Hij komt uit de USA, waar hij "Blue Star" genoemd wordt, vanwege de licht hemelsblauwe stervormige bloemetjes. Amsonia’s worden 60 cm tot 1,20 m hoog, hebben smal, wilgachtig blad en melksap in hun stengels. De best verkrijgbare soort A. tabernaemontana bloeit in mei, en de helderblauw bloeiende soort A. orientalis in juni. In de herfst hebben veel soorten nogmaals sierwaarde vanwege hun gele herfstkleur. Ze kunnen niet goed tegen verplant worden, maar op dezelfde plaats worden ze jaar na jaar alleen maar mooier en langzaam groter. De meeste soorten houden van een standplaats in zon of halfschaduw op vochtige grond, maar de smalbladige A. ciliata verdraagt wat meer droogte. Dek de pollen in de winter af met een mulchlaag.

mei 2009 
Syringa - sering

De gewone sering (S. vulgaris) is al eeuwenlang een bekende soort in de (boeren)tuin. De rijke bloei in wit of allerlei tinten paars in combinatie met de heerlijke bloemgeur maakt de plant geliefd. Omdat de heesters maximaal een meter of 7 hoog worden passen ze ook goed in de compacte tuinen van tegenwoordig. Behalve S. vulgaris zijn er nog meer soorten in cultuur. Veel daarvan geuren bijna net zo sterk en zoet, maar van enkele, zoals S. reticulata, lijkt de geur meer op liguster dan op sering. Enkele groepen binnen het geslacht Syringa zijn in opkomst. De cultivars van de Villosae groep worden meer gebruikt, sinds men de teelt in pot van deze rassen onder de knie heeft. Om een seringenhaag te maken isS. josikaea het meest geschikt, omdat deze soort snoei heel goed verdraagt. Door de compacte S. meyeri ‘Palibin’ op een (liguster) onderstam te enten ontstaat een bloeiend mini-boompje.

april 2009
Sequoiadendron giganteum   

Deze conifeer uit Californië staat bekend als een van de allergrootste bomen op aarde. De verwante soort Sequoia sempervirens kan hoger worden (tot 115 m), maar Sequoiadendrons zijn zowel hoog als dik. Sequoiadendron is te herkennen aan de twijgen die alleen schubben bezitten. Bij Sequoia zitten aan de uiteinden van de twijgen ook platte naalden. De verwante chinese soort Metasequoia is gemakkelijk te onderscheiden, omdat die als enige van de drie soorten niet wintergroen maar blad­verliezend is. Sequoiadendron heeft een dikke vezelige schors, die prachtig roodbruin is en zo zacht als kurk aanvoelt. Deze schors beschermt de wilde bomen tegen bosbrand. Sequoiadendron is in Nederland beter winterhard dan Sequoia. Hoewel hij hier nooit zo enorm wordt als in de USA, is hij alleen goed toe te passen in parken en grote tuinen. Er zijn wel verschillende compactere cultivars in de handel.

maart 2009
Sarcococca hookeriana var. humilis

 
Sarcococca is een wintergroene heester, die verwant is aan Buxus. De blaadjes zijn net zo leerachtig, maar groter en spitser dan van Buxus. Een ander opvallend kenmerk zijn de witte bloemetjes, die in de winter bloeien en dan ook een zoet-kruidige geur verspreiden, die vaak al op meters afstand te ruiken is. Sarcococca hookeriana kan wel 1,8 m hoog worden, maar de variëteit humilis wordt niet hoger dan 60 cm. Het is een dichte uitstoelende bodembedekker die heel geschikt is voor randen en kleine tot middelgrote plantvakken. De plant groeit bij voorkeur op vochtige grond met een neutrale tot hoge pH en een hoog humusgehalte. Als de bodem vochtig is kan hij in de volle zon, anders in de halfschaduw zetten.

februari 2009
Cephalotaxus harringtonia - Knoptaxus


Wie zich verwondert over een Taxus die wel erg lange naalden heeft, heeft waarschijnlijk een Cephalotaxus voor zich. Het zijn struiken of boompjes tot 5 m hoog, die bij ons meestal niet hoger dan 3 m worden. Hij heeft wintergroene naalden, die meestal als een veer uitstaan. Bij de strak recht opgaande cultivar 'Fastigiata' staan de naalden alle kanten uit. Vrouwelijke bomen dragen pruimachtige vruchtjes, waarvan het vruchtvlees als enige deel van de plant niet giftig is. Cephalotaxus groeit bij voorkeur op een vochtige, koele, licht beschaduwde plaats. Hij verdraagt snoei goed en is uitstekend winterhard. Vermeerdering kan met zaad of zomerstek, maar dan alleen topstek gebruiken. Stek van zijtakken geeft scheve planten.

januari 2009
Cornus

Sommige bladverliezende Cornussoorten staan bekend om hun mooie gekleurde twijgen in de winter. Vooral van de soorten C. alba, C. sericea en C. sanguinea bestaan mooie selecties. Deze soorten kornoeljes zijn prima winterhard en kunnen ook op slecht gedraineerde grond groeien. Om de takkleuren goed uit te laten komen, moeten de planten liefst jaarlijks aan het eind van de winter gesnoeid worden, want tweejarige takken worden bruin van kleur. De eenjarige takken bereiken vaak een lengte van meer dan 1 m, en worden ook als snijtak gebruikt. De meest bekende rode is C. alba ‘Sibirica’. C. sericea ‘Flaviramea’ heeft helder lichtgroene takken en die van C. alba ‘Kesselringii’ zijn paarszwart. Er zijn ook selecties met gele takken die aan de toppen en de zonzijde rood kleuren, zoals C. sanguinea ‘Midwinter Fire’, ‘Magic Flame’ en ‘Winter Beauty’.

december 2008
Ilex aquifolium - Hulst


De inheemse hulst is een struik of boom die traditioneel bij december hoort. Hulst heeft wintergroen leerachtig blad en meestal stekels aan de bladrand. Bij de egelhulst (cultivar ‘Ferox’) zitten er zelfs stekels op het bladoppervlak. Alleen de vrouwelijke bomen dragen rode, soms gele bessen. Zowel de groene als de bontbladige vormen zijn geliefde snijtakken voor kerststukjes. De productie van takken met bes is moeilijker dan bladtakken. Pas na 10-12 jaar gaan bomen bestakken produceren. De besdracht kan door slecht weer in de bloeiperiode te wensen overlaten. Eén mannelijke boom op 20 vrouwelijke is het minimum voor een goede besdracht. Inzet van bijen bevordert de bestuiving.

november 2008
Liquidambar styraciflua - Amberboom

 

Liquidambar styraciflua is een forse boom die tot 25-30 m hoog kan worden. Hij heeft een ruwe bast, en vaak kurklijsten op de takken. Amberboom lijkt met zijn handvormige blad erg op Esdoorn, maar de bladeren staan verspreid en niet in paren. Amberboom wordt vaak gebruikt als laanboom, omdat hij een mooie rechte hoofdstam maakt. Hij is vooral aantrekkelijk vanwege de herfstkleur, die geel, rood of purper kan zijn, zelfs met verschillende kleuren binnen één boom. In Nederland komt bloei en vruchtdracht zelden voor. Amberboom verdraagt een standplaats in verharding en met veel wind niet zo goed, maar is wel prima winterhard en kan op alle grondsoorten gebruikt worden.

 

oktober 2008
Clerodendrum trichotomum - Kansenboom

Het geslacht Clerodendrum is meer bekend als kamerplant, maar deze soort is tot -15 °C winterhard, en kan daardoor ook Nederlandse tuinen een tropisch accent geven. Het is een grote struik of boompje, dat bij ons tot 4 m hoog kan worden. Het bloeit vanaf augustus met witte geurende bloemetjes, en geeft ook daarna nog lang sierwaarde met de roze kelkjes. Het blad heeft een eigenaardige, pindakaas-achtige geur na kneuzing. Clerodendrum staat bij voorkeur in de volle zon op een plaats die beschut is tegen wind. De grond moet vruchtbaar, redelijk goed drainerend en humusrijk zijn. Vermeerdering van de plant gebeurt met zaad of (zomer)stek.

september 2008:
Heptacodium miconioides - Zevenbroedersboom

  
Deze heester uit de Caprifoliaceae is een hele recente aanwinst in het sortiment: pas in de jaren '80 zijn er voor het eerst planten uit China naar Europa gekomen. Het bleek echter al snel een bruikbare plant te zijn, die winterhard, gezond, gemakkelijk te telen en met stek te vermeerderen is. Het wordt een bladverliezende struik van maximaal 3 m hoog en 4 m breed. Na half augustus verschijnen de witte geurende bloemetjes, die steeds in groepjes van 7 bij elkaar staan. Na de bloei verkleuren de zaaddoosjes en kelkblaadjes mooi rood, wat nogmaals sierwaarde levert. De plant is niet kieskeurig over de grondsoort, is bestand tegen schaduw en droogte, maar bloeit het best in de volle zon. Snoei jonge planten om een volle bossige habitus te krijgen, of kroon de plant op tot een klein boompje.

augustus 2008
Anemone 

Veel soorten Anemone bloeien in het voorjaar, zoals de inheemse bosanemoon. Maar voor tuinen zijn de herfstbloeiende aziatische planten zeer interessant. Die behoren tot de soorten A. hupehensis, A. tomentosa en A. vitifolia, en de hybriden daarvan, en bloeien hardroze, lichtroze of wit vanaf augustus. Omdat er inmiddels zoveel tussen de soorten gekruist is, worden de cultivars tegenwoordig in groepen verdeeld: Autumn Single groep, voor de enkelbloemige (5 bloemblaadjes), de Autumn Elegans groep (halfgevuld, zoals de bekende witte 'Honorine Jobert') en de Autumn Double groep, met gevuldbloemige rassen als de hardroze 'Pamina' en de witte 'Whirlwind'. Herfstanemonen hebben in tuinen soms wat moeite met aanslaan, maar als ze het eenmaal doen dan weten ze niet meer van wijken, en zijn dan prima bodembedekkers. Het blad wordt ongeveer 0,5 m hoog, de bloemen 0,6 - 1,2 m. Ze geven de voorkeur aan een standplaats in de halfschaduw, op vochtige grond met veel organische stof. Ze zijn ook in het openbaar groen goed bruikbaar, met name de concurrentiekrachtige A. tomentosa 'Robustissima'. Herfstanemoon wordt vermeerderd met wortelstek.  

juli 2008:
Clethra - Schijn-els


   

Clethra soorten (Schijnels) zijn bladverliezende heesters of boompjes. Ze bloeien in juli-augustus met opstaande aartjes van witte of roze bloemetjes, die heerlijk zoet geuren. De bekendste soort in Nederland is C. alnifolia, uit de USA. Hiervan zijn verschillende mooie cultivars in de handel, die verschillen in bloemkleur, bloeitijd en compactheid. Andere soorten die hier winterhard zijn, zijn C. barbinervis, C. delavayi, C. fargesii en C. monostachya, die alle uit China en Japan komen. Clethra houdt van een bos-achtige standplaats, niet te droog en met zure grond. Hij kan als haag gebruikt worden, maar dan moeten wel soms de ondergrondse uitlopers afgestoken worden. Clethra wordt vermeerderd met topstek of tussenstek, dat vanaf half juli tot eind augustus genomen wordt. Verwond het stek licht en gebruik 1 % IBZ stekpoeder.

juni 2008 
Cornus kousa - Japanse grootbloemige kornoelje


    

Cornus kousa is een soort kornoelje met een heel andere sierwaarde dan onze inheemse kornoeljes. C. kousa is een klein boompje  dat vier grote witte (soms roze) schutbladeren heeft onder de bloeiwijze, die in juni veel sierwaarde geven. Bovendien krijgt het boompje in het najaar een mooie rode herfstkleur. C. kousa komt uit Japan, Korea en China is in Nederland goed winterhard. De Amerikaanse soorten C. florida en C. nuttallii lijken op C. kousa, maar groeien en bloeien minder goed dan C. kousa na een koele zomer. Er bestaan ook hybriden tussen deze soorten. De bloeiende kornoeljes prefereren een bos-achtige standplaats in de halfschaduw, maar de pH van de bodem maakt weinig uit. De bodem moet liefst wel steeds vochtig blijven. Cultivars van deze soorten worden gewoonlijk geënt, maar kunnen ook worden gestekt na de bloei (begin juli). De knoppen van stekken of enten hebben een koudebehoefte, en lopen na de winter alleen uit als ze minstens 40 dagen tussen 0 en 5°C hebben gestaan.

 

 

gerealiseerd door Leaderboard en Ontwerpwerk