Boomkwekerij

Een vermoeide bodem, hoe komt het en wat doe je er tegen?

Bodemmoeheid komt bij veel gewasseneen bekend verschijnsel. De teelt van gewassen op grond waar eerder hetzelfde gewas heeft gestaan kan na één of enkele jaren tot problemen leiden. Bij veel gewassen is dat het geval en zijn de oorzaken onderzocht. Aaltjes zijn vaak de grootste boosdoener. Rpps is daar een bekend voorbeeld van. Maar in steeds meer gewassen treedt vermoeidheid van de bodem op. PPO is dit jaar een onderzoek begonnen naar de mogelijke oorzaken van bodemmoeheid bij Pioenroos, Delphinium en Campanula. PPO onderzoekt daarbij of bodemgebonden ziekten en plagen of een door de plant achtergelaten giftige stof de oorzaak is van bodemmoeheid.

Onderzoek op veld en in laboratorium
In de praktijk wordt gekeken hoe de situatie is bij telers van deze gewassen. Daarnaast is er een veldproef met verse en oude grond van drie locaties. Vervolgens worden in het laboratorium toetsen uitgevoerd naar de invloed van plantenresten op de groei.
Er zijn bij vijf bedrijven van meerdere percelen monsters van zieke en enkele gezonde planten genomen. Ook hebben zes bedrijven via de post monsters aangeleverd bij PPO. Alle monsters zijn op het oog en zo nodig microscopisch beoordeeld. Vervolgens is ziek en aangetast plantenweefsel op een voedingsmedium gezet. Op deze manier is onderzocht of een ziekteverwekker verantwoordelijk was voor de aantasting.

Dierlijke aantasters
Als plagen zijn op meerdere bedrijven slakken en bladaaltjes waargenomen. Verder zijn symptomen van de larve van de aardbeienbloesemkever gevonden en is schade door emelten vastgesteld op één bedrijf. In een kasteelt van Pioenrozen is slawortelboorder gezien. Op meerdere bedrijven kwamen springstaarten voor, maar die veroorzaken vermoedelijk geen schade aan de planten.

Schimmels en andere ziekteverwekkers
In het groeiseizoen 2008 stak onverwacht Phytophthora de kop op. Ook nachtvorstschade deed zich voor en de symptomen blijken makkelijk te verwarren.
In allebei de gevallen sterft de kop van de plant, kleurt zwartbruin, verdroogt en buigt naar beneden. Het verschil is snel vast te stellen doordat bij nachtvorstschade op de grens van ziek en gezond weefsel in de stengel een holte ontstaat.
Ook bladaaltjes kunnen bij een ernstige aantasting een afgestorven kopje geven, maar de kop buigt dan niet naar beneden. Wel zijn dan vaak kleine, half gevormde blaadjes te zien. Binnen het onderzoek is ook gekeken in hoeverre Phytophthora verantwoordelijk is geweest voor rotte scheuten, die dit jaar veel gezien zijn in pioenroos. Van de 12 monsters met bruine gekrulde pioenroosscheuten bleek in drie gevallen Phytophthora uit het weefsel geïsoleerd te kunnen worden. Naast Phytophthora zijn de volgende ziekteverwekkers uit ziek materiaal geïsoleerd: Alternaria, Cylindrocarpon, Botrytis, Fusarium, Mucor, Rhizoctonia en Cladosporium. Het is niet getest of deze ziekteverwekkers ook primair verantwoordelijk zijn geweest voor de rotte scheuten in Pioenroos.

Er is op dit moment geen ziekteverwekker aan te wijzen die duidelijk vaker voorkomt op grond waar al eerder Pioenroos heeft gestaan. Voorlopig is met de praktijkinventarisatie de rij met verdachte ziekteverwekkers gegroeid.
Ook bij kwekers van Campanula zijn planten uit slechte plekken onderzocht. In de slecht groeiende Campanula-planten is vaak Pythium en Fusarium aangetroffen.
Bovengronds is Sclerotinia sclerotiorum vaak gevonden. Er was op één locatie een plant aangetast door Verticillium. Van Delphinium is nog weinig materiaal verzameld.

Ook problemen? Mail het bij vraagbaak!  Lees hier meer over aaltjes

gerealiseerd door Leaderboard en Ontwerpwerk